ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8781
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet wegens overschrijding verzetstermijn zonder medische rechtvaardiging
Opposante heeft tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad beroep ingesteld, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposante verzet gedaan, maar dit verzet werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzetschrift na de wettelijke termijn was ingediend.
Opposante voerde psychische problemen aan als reden voor de late indiening, maar de Raad stelde vast dat er geen medische gegevens waren die aantonen dat zij gedurende de gehele verzetstermijn niet in staat was om het verzetschrift in te dienen. Hierdoor kon niet worden geoordeeld dat zij niet in verzuim was geweest.
De Raad overwoog dat de wettelijke termijn voor het indienen van een verzetschrift zes weken bedraagt en dat deze termijn strikt moet worden nageleefd. Er waren geen omstandigheden aanwezig die toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb rechtvaardigden.
Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard en werd het eerdere besluit gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 augustus 2004.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroepschrift wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzetstermijn zonder medische rechtvaardiging.