ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8781

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 augustus 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/3541 WUBO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.L.M.J. Stevens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzet wegens overschrijding verzetstermijn zonder medische rechtvaardiging

Opposante heeft tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad beroep ingesteld, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposante verzet gedaan, maar dit verzet werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzetschrift na de wettelijke termijn was ingediend.

Opposante voerde psychische problemen aan als reden voor de late indiening, maar de Raad stelde vast dat er geen medische gegevens waren die aantonen dat zij gedurende de gehele verzetstermijn niet in staat was om het verzetschrift in te dienen. Hierdoor kon niet worden geoordeeld dat zij niet in verzuim was geweest.

De Raad overwoog dat de wettelijke termijn voor het indienen van een verzetschrift zes weken bedraagt en dat deze termijn strikt moet worden nageleefd. Er waren geen omstandigheden aanwezig die toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb rechtvaardigden.

Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard en werd het eerdere besluit gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 augustus 2004.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroepschrift wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzetstermijn zonder medische rechtvaardiging.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
03/3541 WUBO
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:
[opposante]r, wonende te [woonplaats], opposante,
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij uitspraak van 23 oktober 2003 heeft de Raad het beroep dat door opposante is ingesteld tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit van 27 mei 2003, kenmerk JZ/X/2003/297, niet-ontvankelijk verklaard, op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.
Tegen die uitspraak heeft opposante verzet gedaan bij brief van 12 januari 2004. Het verzetschrift is op 21 januari 2004 ter griffie van de Raad ontvangen.
Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 22 juli 2004. Daar is opposante niet verschenen en heeft geopposeerde zich doen vertegenwoordigen door J.J.G.A. Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
In de, op grond van artikel 8:55, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Awb is bepaald dat de termijn voor het indienen van een verzetschrift zes weken bedraagt. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de uitspraak door middel van toezending aan de belanghebbende is bekendgemaakt.
Een verzetschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een verzetschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Op grond van de in rubriek I vermelde gegevens moet worden geoordeeld dat het verzetschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de verzetstermijn ingediend verzetschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Hetgeen opposante ter zake in het verzetschrift heeft aangevoerd, te weten dat zij enige maanden - tot eind 2003 - psychische problemen heeft ondervonden, bevat geen reden op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest.
De Raad overweegt hiertoe dat niet op grond van medische gegevens is komen vast te staan dat opposante gedurende de gehele verzetstermijn buiten staat is geweest een - desnoods summier - verzetschrift in te (laten) dienen.
Uit het vorenstaande volgt dat het door opposante gedane verzet niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
Met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van mr. C. Dierdorp als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 26 augustus 2004.
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) C. Dierdorp.