ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8782
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Wuv-uitkering wegens ontbreken rechtstreeks verband met vervolging
Eiseres, geboren in 1939 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in 2002 een Wuv-uitkering aan wegens psychische klachten die zij toeschrijft aan het omkomen van haar vader door vervolging in de Tweede Wereldoorlog. De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat zij zelf vervolging had ondergaan of dat zij met toepassing van artikel 3, tweede lid, van de Wet gelijkgesteld kon worden met een vervolgde.
Eiseres voerde aan dat het rapport van de psychiater die haar onderzocht had onjuist en bevooroordeeld was, en beriep zich op het beginsel van omgekeerde bewijslast. De Raad oordeelde dat de norm die de Raadskamer hanteert, namelijk dat er sprake moet zijn van psychische of lichamelijke klachten die redelijkerwijs in verband staan met het omkomen van de vader, redelijk is en dat het rapport van de psychiater goed onderbouwd en objectief is.
De Raad stelde vast dat het overlijden van de vader geen directe traumatiserende invloed op eiseres had en dat haar klachten niet redelijkerwijs aan het overlijden kunnen worden toegeschreven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
De uitspraak benadrukt dat de discretionaire bevoegdheid van de Raadskamer om personen gelijk te stellen met vervolgden terughoudend wordt getoetst en dat het beginsel van omgekeerde bewijslast niet geldt bij toepassing van artikel 3, tweede lid, van de Wet.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de Wuv-uitkering wordt ongegrond verklaard.