ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- A. de Gooijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herziening uitkeringsbesluit op grond van WW
Appellant, voormalig adjunct-directeur van een failliet verklaard bedrijf, diende meerdere aanvragen in voor een uitkering op grond van artikel 61 e.v. van de Werkloosheidswet (WW). Na een eerste toekenning in 1992 werd een latere aanvraag in 1999 geweigerd, waarna appellant bezwaar maakte. Dit bezwaar werd door het bestuursorgaan afgewezen en het besluit werd onherroepelijk.
Appellant verzocht vervolgens om herziening van het besluit, stellende dat er nieuwe feiten waren overgelegd, waaronder uitkeringsspecificaties uit het faillissementsdossier. De Raad overwoog dat het bestuursorgaan bevoegd is om een eerdere afwijzing inhoudelijk te heroverwegen, maar dat dit niet leidt tot een volledige toetsing als bij een oorspronkelijk besluit. De toets is beperkt tot het beoordelen of er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn volgens artikel 4:6 Awb Pro.
De Raad concludeerde dat de overgelegde uitkeringsspecificaties geen nieuwe feiten bevatten die aanleiding geven tot herziening. Het oorspronkelijke besluit van 7 januari 2000 bleef daarom in stand. De aangevallen uitspraak van de rechtbank, die het bezwaar ongegrond verklaarde, werd bevestigd. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 augustus 2004, waarbij appellant in persoon verscheen en werd bijgestaan door zijn raadsman.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van het eerdere onherroepelijke besluit tot weigering van een WW-uitkering.