ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.B.M. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Toekenning toeslag op grond van de Toeslagenwet en ingangsdatum bezwaar
Appellant, voormalig arbeidsongeschikte tomatenplukker, vroeg in 1993 een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan. Na aanvankelijke weigering kende het UWV hem met terugwerkende kracht een uitkering toe vanaf 7 mei 1992. Later werd een toeslag op grond van de Toeslagenwet toegekend met ingang van 1 juli 1997. Appellant maakte bezwaar tegen deze ingangsdatum.
De rechtbank handhaafde het besluit van het UWV, stellende dat de aanvraag voor de toeslag pas expliciet in 1998 was ingediend en dat geen bijzonder geval aanwezig was om terugwerkende kracht toe te passen. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij door de onzekerheid over het WAO-dagloon niet kon voorzien dat hij recht had op toeslag en dat eerdere correspondentie als aanvraag had moeten worden beschouwd.
De Raad oordeelt dat het UWV in de brieven van december 1997 en januari 1998 aanleiding had moeten zien om de vraag naar toeslag als een aanvraag te behandelen en hier adequaat op te reageren. Het besluit is daardoor niet zorgvuldig genomen en wordt vernietigd. Het UWV moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met deze omstandigheden. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.