ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van schatting WAO-uitkering en selectie van functies voor deeltijdwerkenden
De zaak betreft een geschil over de schatting van een WAO-uitkering aan gedaagde, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% heeft vastgesteld. Gedaagde maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank vernietigde het besluit omdat onvoldoende functies overbleven om de schatting te dragen.
De Centrale Raad van Beroep toetst dit oordeel en bevestigt dat de wijziging van het Schattingsbesluit per 31 december 1997 en de invoering van het Schattingsbesluit WAO, Waz en Wajong geen aanleiding geven om de bestaande jurisprudentie over deeltijdwerkenden te verlaten. De Raad oordeelt dat de geselecteerde functie stikster (FB-code 7964) voldoet aan de criteria en aan de schatting ten grondslag kan worden gelegd.
De Raad concludeert dat het UWV niet in strijd handelt met de wettelijke bepalingen omtrent het selecteren van functies en vernietigt het bestreden vonnis van de rechtbank. Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door mr. K.J.S. Spaas, in aanwezigheid van griffier drs. T.R.H. van Roekel, op 31 augustus 2004.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtmatigheid van de schatting van de WAO-uitkering en vernietigt het eerdere vonnis.