ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 15-25% ondanks medische klachten
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de toekenning van een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%, omdat hij meent dat zijn lichamelijke en psychische beperkingen onvoldoende zijn meegewogen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft dit bezwaar ongegrond verklaard, waarna ook de rechtbank dit besluit heeft bevestigd.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het geschil behandeld. De Raad heeft de medische gegevens beoordeeld, waaronder rapporten van verzekeringsartsen, een neuroloog, een allergoloog en de huisarts van appellant. Uit deze gegevens blijkt geen aanwijzing dat appellant ernstiger beperkt is dan reeds vastgesteld. De Raad concludeert dat de geselecteerde functies medisch gezien geschikt zijn voor appellant.
De Raad heeft ook de psychische klachten onderzocht en constateert dat deze slechts sporadisch zijn gedocumenteerd, met een eenmalige medicatievoorschrift in 1998. Het feit dat appellant in 2002 psychotherapeutische behandeling kreeg en een maximale uitkering ontving, is niet relevant voor de situatie op de peildatum.
Gelet op artikel 8:69 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is het bestreden besluit rechtsgeldig en kan het in stand blijven. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%.