ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- M.I. ’t Hooft
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en proceskostenveroordeling in zaak bijzondere bijstand
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van een opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen over 1998. De gemeente wees de aanvraag af wegens te late indiening en het ontbreken van bijzondere omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit, maar wees proceskostenveroordeling af.
In hoger beroep richtte appellante zich tegen de afwijzing van de proceskostenveroordeling. De gemeente nam een nieuw besluit waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard omdat de aanslag was ingetrokken en er geen kosten meer waren. De Raad stelde vast dat de gemeente met dit besluit appellante niet tegemoet was gekomen.
De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling oplegde aan de gemeente, omdat volgens vaste rechtspraak bij vernietiging van een besluit het bestuursorgaan in beginsel in de proceskosten wordt veroordeeld. De Raad vernietigde daarom het bestreden deel van de uitspraak en veroordeelde de gemeente in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Raad vernietigt de uitspraak over proceskosten en veroordeelt de gemeente in de proceskosten van appellante.