Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8961

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 augustus 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/741 REA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • M.I. ’t Hooft
  • T. Hemelrijk-van den Oudenalder
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzet wegens ontbreken verzetsgronden in bestuursrechtelijke zaak

In deze bestuursrechtelijke procedure heeft opposant tegen een eerdere uitspraak van de Raad verzet ingesteld. Het verzetsschrift bevatte echter geen motivering of verzetsgronden. De Raad heeft opposant vervolgens twee keer schriftelijk in de gelegenheid gesteld om binnen gestelde termijnen alsnog de verzetsgronden in te dienen. Beide termijnen zijn ongebruikt verstreken.

De Raad heeft geen gronden gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat in uitzonderlijke gevallen herstel van een termijn kan toestaan. Gelet hierop is het verzet niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de noodzakelijke motivering.

De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 25 augustus 2004, waarbij de voorzitter en griffier het vonnis hebben ondertekend en uitgesproken. Hiermee is het verzet definitief afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van verzetsgronden binnen de gestelde termijnen.

Uitspraak

04/741 REA
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], opposant,
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij uitspraak van de Raad van 21 april 2004 is het door opposant ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 24 december 2003 niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak van de Raad heeft opposant per fax van 15 juni 2004 een verzet-schrift ingediend.
II. MOTIVERING
Het ingediende verzetschrift bevat echter geen gronden.
Bij schrijven van 17 juni 2004 is opposant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
Hij heeft deze termijn ongebruikt laten voorbijgaan.
Bij aangetekend schrijven van 19 juli 2004 is aan opposant nogmaals de gelegenheid geboden de verzetsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van twee weken gesteld en is erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzet kan leiden.
Opposant heeft ook deze termijn ongebruikt laten voorbijgaan.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. M.I. ‘t Hooft als voorzitter in tegenwoordigheid van
T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier en uitgesproken in het openbaar op
25 augustus 2004.
(get.) M.I. ’t Hooft.
(get.) T. Hemelrijk-van den Oudenalder.
GdJ
268