ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8961
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- M.I. ’t Hooft
- T. Hemelrijk-van den Oudenalder
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet wegens ontbreken verzetsgronden in bestuursrechtelijke zaak
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft opposant tegen een eerdere uitspraak van de Raad verzet ingesteld. Het verzetsschrift bevatte echter geen motivering of verzetsgronden. De Raad heeft opposant vervolgens twee keer schriftelijk in de gelegenheid gesteld om binnen gestelde termijnen alsnog de verzetsgronden in te dienen. Beide termijnen zijn ongebruikt verstreken.
De Raad heeft geen gronden gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat in uitzonderlijke gevallen herstel van een termijn kan toestaan. Gelet hierop is het verzet niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de noodzakelijke motivering.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 25 augustus 2004, waarbij de voorzitter en griffier het vonnis hebben ondertekend en uitgesproken. Hiermee is het verzet definitief afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van verzetsgronden binnen de gestelde termijnen.