ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late indiening beroepschrift
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de Rechtbank ’s-Gravenhage, maar diende het beroepschrift pas op 25 december 2003 in, nadat de beroepstermijn was verstreken. De Raad vroeg appellant naar de reden van de overschrijding, waarop appellant verklaarde dat hij de uitspraak pas op 27 november 2003 ontving vanwege zijn WSNP-status en dat hij door ziekte niet tijdig kon reageren.
De Raad oordeelde dat deze redenen onvoldoende waren om te concluderen dat appellant niet in verzuim was. Er was geen bewijs dat appellant de gehele beroepstermijn niet in staat was het beroepschrift in te dienen of dit door een derde te laten doen. Daarom werd het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere inhoudelijke behandeling.
De Raad zag ook geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd op 26 augustus 2004 in het openbaar gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, met griffier R.E. Koerts aanwezig.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift.