ECLI:NL:CRVB:2004:AQ8980

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 augustus 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/6254 AOR
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • G.L.M.J. Stevens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 22 BeroepswetArt. 8:54 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage. Volgens artikel 22 van Pro de Beroepswet is griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift. Appellant werd op 23 december 2003 en opnieuw op 20 januari 2004 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van € 87,- binnen vier weken.

Ondanks deze aanmaningen en een verlenging van de betalingstermijn met twaalf weken op verzoek van appellant, is het griffierecht niet betaald. De Raad stelt vast dat appellant in verzuim is en het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er zijn geen omstandigheden aanwezig die toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht rechtvaardigen.

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en besluit zonder verder onderzoek. Tegen deze uitspraak kan binnen dertien weken schriftelijk verzet worden aangetekend. De uitspraak is gedaan door mr. G.L.M.J. Stevens, in aanwezigheid van griffier R.E. Koerts, op 26 augustus 2004.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
03/6254 AOR
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats] (Indonesië), appellant,
en
het bestuur van de Stichting het Gebaar, gedaagde.
I. INLEIDING
Appellant heeft bij de Raad hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank ‘s-Gravenhage op 7 november 2003, nummer AWB 03/03126 BESLU, tussen partijen gegeven uitspraak.
II. MOTIVERING
In artikel 22 van Pro de Beroepswet is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven.
Bij schrijven van 23 december 2003 is appellant erop gewezen dat hij een griffierecht van € 87,- is verschuldigd, bij voorkeur te voldoen door middel van de aangehechte acceptgirokaart.
Bij aangetekende brief van 20 januari 2004 is appellant nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is hem meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.
Bij schrijven van 21 januari 2004, ter griffie ontvangen op 28 januari 2004, heeft appellant verzocht om verlening van de termijn voor het betalen van het griffierecht.
Hierop is bij schrijven van 29 januari 2004 de termijn waarbinnen het griffierecht dient te zijn voldaan met twaalf weken verlengd. Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het griffierecht niet is betaald.
Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van R.E. Koerts als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 26 augustus 2004.
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) R.E. Koerts.
Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen dertien weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.
De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.