ECLI:NL:CRVB:2004:AQ9016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar zelf ontslag nemen
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Breda waarin werd geoordeeld dat hij geen recht heeft op een WW-uitkering omdat hij verwijtbaar werkloos is geworden door zelf ontslag te nemen. De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), als gedaagde, handhaafde dit besluit.
De Centrale Raad van Beroep heeft het geschil beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet (WW) zoals die ten tijde van het geschil gold. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en concludeert dat appellant zich ten tijde van het ontslag niet onder medische behandeling had gesteld. Er zijn geen gegevens aangevoerd die twijfel zaaien over het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts dat appellant niet in een zodanige psychische toestand verkeerde dat het ontslag hem niet kon worden toegerekend.
Op grond hiervan bevestigt de Centrale Raad van Beroep het besluit van het Uwv om de WW-uitkering vanaf 18 december 2000 blijvend geheel te weigeren. Tevens acht de Raad geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling ten laste van gedaagde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbaar zelf ontslag nemen.