ECLI:NL:CRVB:2004:AQ9830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens ontbreken werknemerschap volgens WW
Gedaagde was vanaf 1 februari 1998 in dienst bij [wergever] als algemeen directeur met een arbeidscontract en salaris. Ondanks dat hij daarnaast als zelfstandige werkte, oordeelde de rechtbank dat sprake was van een arbeidsovereenkomst en dat het werknemerschap niet verloren was gegaan tot de ontbinding op 1 november 1998.
Het UWV had de WW-uitkering afgewezen omdat gedaagde volgens hen geen werknemer was in de zin van de WW en had betaalde voorschotten teruggevorderd. De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank dat gedaagde werknemer was en dat het standpunt van het UWV onvoldoende onderbouwd is.
De Raad benadrukt dat werkzaamheden als zelfstandige het werknemerschap niet uitsluiten zolang de dienstbetrekking voortduurt. Ook het feit dat het loon netto werd betaald en geen premies werden afgedragen, doet niet af aan het bestaan van een dienstverband.
Daarom wordt het besluit van het UWV vernietigd en wordt het recht op WW-uitkering erkend. Tevens wordt het terugvorderingsbesluit opgeheven. De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van proceskosten aan gedaagde.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt verworpen en het recht op WW-uitkering van gedaagde wordt bevestigd.