ECLI:NL:CRVB:2004:AQ9865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens eigen toedoen niet behouden passende arbeid
In deze zaak staat centraal of appellant terecht een blijvende volledige weigering van de WW-uitkering heeft gekregen omdat hij door eigen toedoen geen passende arbeid heeft behouden. De Raad baseert zich op de Werkloosheidswet zoals die gold ten tijde van het geschil en bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam.
Appellant was teleurgesteld over het aanbod van een verlenging van zijn contract voor zes maanden zonder loonsverhoging in plaats van een dienstverband voor onbepaalde tijd. De Raad oordeelt echter dat het weigeren van dit aanbod van passende arbeid onacceptabel is vanuit het perspectief van de WW. De verantwoordelijkheid voor het niet voortzetten van het dienstverband ligt bij appellant.
Er zijn geen omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen op de maatregel van blijvende volledige weigering van de uitkering. Ook is er geen reden voor een proceskostenveroordeling. De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende volledige weigering van de WW-uitkering wegens eigen toedoen van appellant.