ECLI:NL:CRVB:2004:AR1394
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na psychiatrische beoordeling
Appellant, sinds 1991 werkzaam als assistent-medewerker buitenruimten, stopte in 1993 vanwege diabetes en psychische klachten. Vanaf 1994 ontving hij een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In 1999 trok het UWV de uitkering in, omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij twijfels bestonden over de geschiktheid voor een hulplederbewerkerfunctie, maar dit leidde niet tot een andere arbeidsongeschiktheidsclassificatie.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn psychiatrische problematiek onvoldoende was erkend en dat de psychische belastbaarheid zijn functioneren te zeer beperkte. De Raad liet een onafhankelijke psychiater Hoencamp rapporteren, die een chronisch psychotisch beeld bevestigde, maar ook twijfels uitte over de volledigheid van gegevens. Desondanks concludeerde de psychiater dat de beperkingen die hij vaststelde overeenstemden met die van de verzekeringsarts van het UWV.
De Raad oordeelde dat het UWV de psychische beperkingen van appellant voldoende en zorgvuldig had meegewogen bij de beoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid. De resterende functies die appellant kon verrichten, overschreden zijn belastbaarheid niet, en hij kon daarin een volledige dagtaak verrichten. Daarom was het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering terecht en werd het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 2 mei 1999 wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.