ECLI:NL:CRVB:2004:AR1426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Appellant heeft bij besluit van 12 oktober 2001 de kinderbijslag met ingang van het derde kwartaal van 2001 ontzegd gekregen. Na bezwaar en een herbeoordeling door gedaagde, de Sociale Verzekeringsbank, is dit besluit gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd die een herziening van het besluit rechtvaardigen.
In hoger beroep heeft appellant betoogd het oorspronkelijke besluit niet te hebben ontvangen en dat hij wel recht had op kinderbijslag. De Raad overweegt dat de beperkte toetsing van het verzoek om terug te komen op het eerdere besluit terecht is, omdat het bestuursorgaan slechts mag toetsen aan nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Het niet ontvangen van het besluit staat een beperkte toetsing niet in de weg; appellant had het besluit alsnog kunnen aanvechten.
De Raad concludeert dat gedaagde niet onredelijk heeft gehandeld en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die herziening rechtvaardigen, en het beleid van gedaagde is correct toegepast.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.