ECLI:NL:CRVB:2004:AR1725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.B.M. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds 1998 een WAO-uitkering wegens diverse lichamelijke en psychische klachten. In 2000 vond een herbeoordeling plaats waarbij verzekeringsartsen beperkingen vaststelden, maar concludeerden dat appellante met inachtneming daarvan bepaalde functies kon verrichten. Gedaagde trok daarop de uitkering in.
Appellante voerde bezwaar aan met medische verklaringen van haar huisarts en neuroloog, stellende dat zij volledig arbeidsongeschikt is. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige vonden echter geen aanleiding om de eerdere beoordeling te wijzigen. De rechtbank onderschreef dit oordeel.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, maar de Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van gedaagde deugdelijk is. De Raad achtte de beperkingen adequaat vastgesteld en vond dat appellante de geduide functies kan verrichten. De intrekking van de uitkering wordt bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante met de vastgestelde beperkingen passende functies kan verrichten.