ECLI:NL:CRVB:2004:AR1773
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na juiste vaststelling beperkingen en opleidingsniveau
Appellante ontving sinds 1991 WAO-uitkeringen wegens depressieve en psychosomatische klachten met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Na een onderzoek in 2000 door een verzekeringsarts werd vastgesteld dat zij, ondanks haar beperkingen, duurzaam passende arbeid kon verrichten gedurende 20 uur per week. Gedaagde trok daarop de WAO-uitkering per 20 november 1999 in.
Appellante betwistte de juistheid van de vastgestelde beperkingen en haar opleidingsniveau, en stelde dat zij niet in staat was de geduide functies te verrichten. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling, gebaseerd op eigen onderzoek, dossierstudie en overleg met behandelaars, de beperkingen juist inschatte. Ook de arbeidskundige beoordeling van de functies en het opleidingsniveau werd als correct beschouwd.
De Raad overwoog dat de functies ondanks bepaalde markeringen geschikt zijn voor appellante, met normale tijdsdruk en binnen haar belastbaarheid. Recente versies van de functies werden geraadpleegd en als passend beoordeeld. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de beperkingen en het opleidingsniveau juist zijn vastgesteld en appellante passende arbeid kan verrichten.