ECLI:NL:CRVB:2004:AR1815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit intrekking WAO-uitkering en voortzetting arbeidsongeschiktheidsklasse
Appellant kreeg een WAO-conforme uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. Bij besluit van 10 september 1996 werd deze uitkering ingetrokken. Na een eerdere uitspraak van de rechtbank Groningen werd het besluit van intrekking bij een besluit van 21 december 2000 herroepen en de uitkering voortgezet met een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in en partijen kwamen overeen dat de arbeidsongeschiktheidsklasse ongewijzigd 45 tot 55% moet blijven.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en herroept het primaire besluit van 10 september 1996. Tevens veroordeelt de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De Raad bepaalt dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed.
De Raad besloot het hoger beroep zonder zitting te behandelen, na toestemming van partijen, en baseerde zich op de overeenstemming over de arbeidsongeschiktheidsklasse. De wijze van berekening van de vergoeding verwijst de Raad naar een eerdere uitspraak uit 1995.
Uitkomst: Het primaire besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt herroepen en appellant blijft ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 45 tot 55%.