ECLI:NL:CRVB:2004:AR1873
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit weigering bijstand over 1997-2000 wegens procedurele fouten
Appellante, met Turkse nationaliteit, verloor haar verblijfsvergunning nadat haar echtgenoot haar verliet. Na een afwijzing in 1997 verleende de Staatssecretaris van Justitie haar in 2000 alsnog een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht tot 3 december 1996. De gemeente Eindhoven beëindigde haar bijstandsuitkering per 25 januari 1997 en wees een aanvraag op 3 maart 1997 af, omdat zij niet langer rechtmatig in Nederland verbleef.
De Raad verklaarde eerder het besluit tot beëindiging van bijstand deels gegrond en vernietigde dit, maar handhaafde de afwijzing van de aanvraag. Na de latere verblijfsvergunning vroeg appellante bijstand met terugwerkende kracht aan. De gemeente wees dit af met het argument dat reeds bijstand was verstrekt en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om bijstand voor de periode 26 maart 1997 tot 15 maart 2000 toe te kennen.
De Centrale Raad oordeelt dat de gemeente ten onrechte het verzoek van appellante als een nieuwe aanvraag heeft behandeld, terwijl het een verzoek was om terug te komen op eerdere, rechtens onaantastbare besluiten. De Raad vernietigt het besluit over de periode 26 maart 1997 tot 15 maart 2000 wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet in haar noodzakelijke kosten van bestaan voorzag. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 31 oktober 2000 wordt vernietigd voor de periode 26 maart 1997 tot 15 maart 2000, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.