ECLI:NL:CRVB:2004:AR2068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens ontbreken onafgebroken arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een aanvraag ingediend voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens arbeidsongeschiktheid die zou zijn ingetreden in 1982 tijdens zijn werkzaamheden in Nederland. Het UWV heeft de uitkering geweigerd omdat appellant niet kon aantonen dat hij gedurende een onafgebroken periode van 52 weken arbeidsongeschikt was geweest.
Appellant heeft diverse medische verklaringen en een afspraakkaart van een Nederlandse polikliniek overgelegd, maar deze documenten tonen volgens de Raad niet aan dat de arbeidsongeschiktheid sinds 1982 onafgebroken heeft bestaan. Ook is geen bewijs gevonden van de door appellant gestelde hospitalisering en toegekende Ziektewetuitkering.
De rechtbank Amsterdam had het standpunt van het UWV al onderschreven en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad ziet geen grond om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen en concludeert dat het besluit van het UWV op goede gronden is genomen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens ontbreken van onafgebroken arbeidsongeschiktheid van 52 weken.