ECLI:NL:CRVB:2004:AR2123
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dienstbetrekking versus zelfstandige status voor uitbeenwerkzaamheden in 1996
In deze zaak staat centraal of de werknemer in 1996 als zelfstandige ondernemer of als werknemer in dienstbetrekking werkzaam was bij appellante. De Raad bevestigt dat sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, waarbij de werknemer verzekerd was onder de sociale werknemersverzekeringswetten.
De Raad baseert dit oordeel op de aanwezigheid van een vaste loonbetaling, de verplichting tot persoonlijke dienstverrichting en een gezagsverhouding. Ondanks het door appellante aangevoerde argument van vrijheid van komen en gaan, concludeert de Raad dat het grote aantal gewerkte uren en het ontbreken van vervanging dit tegenspreken.
Verder oordeelt de Raad dat het beroep op gerechtvaardigd vertrouwen niet slaagt omdat geen ondubbelzinnige uitlatingen van het UWV zijn gedaan. De Raad vernietigt het besluit van 16 augustus 2001 en stelt de premiecorrectie over 1996 vast op het bedrag genoemd in de premieberekening van juni 2004. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad oordeelt dat de werknemer in 1996 in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stond en stelt de premiecorrectie vast.