ECLI:NL:CRVB:2004:AR2221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- G.J.H. Doornewaard
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en uitkeringsrecht bij wisselende klachten door reuma en astma
Appellante, werkzaam als kantinemedewerkster, viel in april 1998 uit wegens astma en palindroom reuma. Na afloop van de wachttijd weigerde het UWV haar een WAO-uitkering toe te kennen omdat zij volgens de beoordeling met geselecteerde functies een verdiencapaciteit had die een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% rechtvaardigde.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten wisselend waren en zij op en na 11 en 18 december 2000 geen arbeid kon verrichten. Medische rapportages van verzekeringsartsen en behandelaars toonden echter aan dat haar belastbaarheid niet wezenlijk verslechterd was ten opzichte van het eerder gebruikte belastbaarheidsprofiel. De Raad concludeerde dat de beperkingen voldoende waren meegenomen en dat er onvoldoende aanleiding was het oordeel over haar belastbaarheid te herzien.
De Raad oordeelde dat appellante op de relevante data in staat was de geselecteerde functies te verrichten en derhalve niet in aanmerking kwam voor een WAO-uitkering. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de weigering van een WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.