ECLI:NL:CRVB:2004:AR2225
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- Ch. van Voorst
- G.J.H. Doornewaard
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAZ-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid na wachttijd
Appellant verzocht om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). Deze aanvraag werd afgewezen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) omdat appellant op en na 2 mei 2000, na afloop van de wachttijd van 52 weken, minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep en overlegde onder meer een psychiatrisch rapport van prof. dr. R.J. van den Bosch. De Raad heeft dit rapport en andere medische stukken beoordeeld.
De Raad concludeert dat de psychische klachten die appellant ontwikkelde pas na de verzekeringsgeneeskundige keuring zijn ontstaan en dat deze slechts leiden tot lichte beperkingen bij sociale interacties. Verder is vastgesteld dat de geselecteerde functies geen sociale groepsprocessen vereisen, waardoor de specifieke gevoeligheden van appellant niet belemmeren om deze functies te vervullen.
Ook de door appellant gestelde fysieke beperkingen aan nek en handen zijn van latere datum en kunnen bij de beoordeling buiten beschouwing blijven. De Raad ziet geen reden om het bestreden besluit te vernietigen en bevestigt daarom de eerdere uitspraak dat appellant niet in aanmerking komt voor een WAZ-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAZ-uitkering omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt is.