ECLI:NL:CRVB:2004:AR2253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens strijd met EVRM-beginselen bij TBS-gestelde
Appellant, een TBS-gestelde die reeds een WAO-uitkering ontving, kreeg deze uitkering ingetrokken door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) op grond van detentie in afwachting van TBS-plaatsing. Appellant voerde aan dat deze intrekking onrechtmatig was, onder meer vanwege strijd met het gelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze Raad oordeelde dat de Wet socialezekerheidsrechten gedetineerden (Wsg) in het algemeen standhoudt, maar dat de overgangsregeling voor uitkeringsgerechtigden die op 1 mei 2000 reeds vrijheidsbenomen waren, onvoldoende rekening houdt met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit zoals vereist door artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat het Uwv een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het terugbetalen van een gestort recht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het Uwv wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met vergoeding van proceskosten.