ECLI:NL:CRVB:2004:AR2255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellant ontving vanaf november 1999 een arbeidsongeschiktheidsuitkering en vanaf die datum ook een WW-uitkering. Hij werd herhaaldelijk gewezen op zijn sollicitatieplicht. Van maart tot april 2000 was appellant volledig arbeidsongeschikt. Op 16 oktober 2000 kreeg hij een waarschuwing dat hij bij verschillende uitzendbureaus moest solliciteren en open sollicitaties moest doen.
Op 13 november 2000 legde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) een korting van 20% op de WW-uitkering op voor een periode van 16 weken wegens onvoldoende sollicitatie. Dit besluit werd na bezwaar gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant onvoldoende had geprobeerd passende arbeid te verkrijgen, waarmee hij zijn verplichtingen uit de WW had geschonden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel degelijk bij verschillende uitzendbureaus had gesolliciteerd, maar de Raad volgde dit niet. De Raad concludeerde dat appellant in de relevante periode onvoldoende inspanningen had verricht, mede gelet op de ingevulde werkbriefjes. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de korting van 20% op de WW-uitkering wordt bevestigd.