ECLI:NL:CRVB:2004:AR2259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering TBS-gestelde wegens strijd met EVRM
Appellant, een TBS-gestelde, kreeg zijn WAO-uitkering ingetrokken met ingang van 1 juni 2000 door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Hij stelde bezwaar en beroep in tegen deze intrekking, stellende onder meer dat hij ongelijk werd behandeld en dat de intrekking in strijd was met het internationale recht, met name artikel 12 van Pro het Europees Sociaal Handvest.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat de Wet socialezekerheidsrechten gedetineerden (Wsg) niet volledig voldoet aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit zoals gesteld in artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, met name voor uitkeringsgerechtigden die op 1 mei 2000 reeds een uitkering ontvingen en aan wie op die datum hun vrijheid was ontnomen.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beveelt dat het Uwv een nieuw besluit neemt, rekening houdend met de uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het terugbetalen van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het Uwv wordt bevolen een nieuw besluit te nemen.