ECLI:NL:CRVB:2004:AR2262
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Weigering verhoging Algemene Arbeidsongeschiktheidswet-uitkering bevestigd
Appellante verzocht om verhoging van haar AAW-uitkering, welke aanvankelijk werd vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. Na bezwaar en beroep werd het besluit van afwijzing door de rechtbank Leeuwarden bevestigd. In hoger beroep liet de Raad nader onderzoek verrichten, waarna het besluit werd herzien en appellante werd ingedeeld in de hoogste arbeidsongeschiktheidsklasse van 80 tot 100%.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante geen belang meer heeft bij beoordeling van het ingetrokken besluit uit 2000, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk is. Het beroep tegen het nieuwe besluit van 24 februari 2004 wordt ongegrond verklaard omdat het besluit juist is genomen en de toepasselijke wettelijke bepalingen correct zijn toegepast.
De Raad bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het betaalde griffierecht aan appellante dient te vergoeden. De uitspraak bevestigt de correcte toepassing van de AAW en WAZ bij herziening van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond verklaard.