ECLI:NL:CRVB:2004:AR2267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens strijd met EVRM-protocol
Appellant, een gedetineerde die een WAO-uitkering ontving, kreeg deze uitkering ingetrokken met ingang van 1 juni 2000. Hij stelde bezwaar tegen deze intrekking en voerde onder meer aan dat dit in strijd was met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat de Wet socialezekerheidsrechten gedetineerden (Wsg) in overwegende mate rechtmatig is, maar dat de overgangsregeling voor uitkeringsgerechtigden die op 1 mei 2000 al een uitkering ontvingen en aan wie toen al hun vrijheid was ontnomen, niet voldoet aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit zoals vereist door het EVRM.
Daarom oordeelde de Raad dat de intrekking van de WAO-uitkering van appellant met ingang van 1 juni 2000 onrechtmatig is. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd. Gedaagde wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het terugbetalen van het betaalde recht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het beroep wordt gegrond verklaard.