ECLI:NL:CRVB:2004:AR2273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WW-uitkering en boete wegens niet-melden werkzaamheden
Appellante werkte tot eind oktober 1999 als sector-assistente en vroeg daarop een WW-uitkering aan. Zij verklaarde geen werkzaamheden te hebben verricht in de daaropvolgende periode, maar uit gegevens van haar voormalige werkgever bleek dat zij van 1 november tot en met 24 december 1999 wel heeft gewerkt.
De uitkeringsinstantie herzag daarom de WW-uitkering met terugwerkende kracht en vorderde het onverschuldigd betaalde bedrag terug. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet nakomen van de mededelingsplicht. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep erkende appellante dat zij werkzaamheden heeft verricht zonder dit te melden, maar betwistte de hoogte van de terugvordering en de boete. De Raad oordeelde dat de terugvordering correct was berekend en dat het bezwaar tegen de boete prematuur was ingediend, waardoor dit niet inhoudelijk kon worden beoordeeld.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De discussie over de invordering en betalingsregeling valt buiten dit geding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering en boete worden bevestigd.