ECLI:NL:CRVB:2004:AR2277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing studiefinancieringsaanvraag wegens niet-aangetekende verzending
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de beslissing van de Informatie Beheer Groep om studiefinanciering toe te kennen vanaf 1 december 2002, omdat zij stelde dat haar aanvraag al op 10 augustus 2002 was verzonden. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond omdat appellante niet kon aantonen dat de aanvraag per aangetekende post was verzonden.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat volgens vaste rechtspraak het risico van zoekraken of niet aankomen van stukken bij niet-aangetekende verzending in beginsel bij de afzender ligt. De enkele stelling van appellantes vader dat hij het formulier op 10 augustus 2002 had verzonden, was onvoldoende bewijs om hiervan af te wijken.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door voorzitter J. Janssen op 3 september 2004.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens onvoldoende bewijs van tijdige aangetekende verzending.