ECLI:NL:CRVB:2004:AR2282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering TBS-gestelde wegens strijd met EVRM
Appellant, een TBS-gestelde die sinds september 1999 in een kliniek verbleef, ontving een WAO-uitkering die per 1 juni 2000 werd ingetrokken door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Hij stelde bezwaar tegen deze intrekking en voerde aan dat dit in strijd was met het verzekeringskarakter van de WAO en dat hij door de intrekking verplicht zou worden te werken terwijl hij gebonden was aan een rolstoel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak van 18 juni 2004 waarin werd geoordeeld dat de Wet socialezekerheidsrechten gedetineerden (Wsg) grotendeels standhoudt, maar dat voor uitkeringsgerechtigden die op 1 mei 2000 reeds een uitkering ontvingen en aan wie toen al hun vrijheid was ontnomen, de intrekking van de uitkering in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM.
De Raad oordeelde dat de intrekking van appellants WAO-uitkering met ingang van 1 juni 2000 daarom onrechtmatig is. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het Uwv wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt appellant een vergoeding van het betaalde recht toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het Uwv wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.