ECLI:NL:CRVB:2004:AR2284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering ondanks betwisting arbeidsongeschiktheid cliëntadviseur
Appellante, werkzaam als cliëntadviseur bij een bank, viel uit wegens knie- en rugklachten en hervatte haar werk met een verminderd aantal uren. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) kende haar een WAO-uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%.
Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat zij haar werk niet kon volhouden gedurende 12 uur per week. Zij meende dat er onvoldoende medische informatie was ingewonnen. Het Uwv handhaafde het besluit en de Raad vond voldoende medische onderbouwing aanwezig.
De medische onderzoeken en arbeidsdeskundige rapporten gaven aan dat appellante geschikt was voor haar eigen werk gedurende 12 uur per week, met een loonverlies van 66%. De Raad oordeelde dat het Uwv de beperkingen niet had onderschat en geen aanleiding zag om het besluit te wijzigen.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af, waarbij geen toepassing werd gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een WAO-uitkering van 65-80%.