ECLI:NL:CRVB:2004:AR2287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding medische kosten dienstverband na dienstongeval dienstplichtige
Gedaagde, een gewezen dienstplichtige, liep in 1985 een wervelkolomaandoening op door een dienstongeval. In 1997 werd hem op grond van de Regeling gezondheidszorg aanspraak toegekend op geneeskundige verstrekkingen. In 2000 had hij vier consulten chiropractie waarvan zijn ziektekostenverzekeraar slechts een deel vergoedde. De resterende kosten van ƒ 20,- werden door appellant geweigerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond en vernietigde het besluit van appellant, waarbij werd geoordeeld dat de Regeling gezondheidszorg van toepassing bleef en volledige vergoeding voor chiropractie verschuldigd was. Appellant stelde dat per beleidsaanwijzing sinds 1999 het vergoedingenpakket van de Rzm geldt voor gewezen dienstplichtigen, gelijk aan dat van beroepsmilitairen, en dat de Regeling gezondheidszorg niet meer maatgevend is.
De Raad overweegt dat de overgangsregeling in artikel 63 van Pro de Kaderwet dienstplicht niet door beleidsaanwijzingen kan worden gewijzigd en dat de Regeling gezondheidszorg voor gewezen dienstplichtigen van kracht blijft. De gelijke behandeling met beroepsmilitairen kan niet leiden tot beperking van aanspraken. De afwijzing van de vergoeding is daarmee onrechtmatig.
Het eerdere vonnis wordt bevestigd en het bezwaar van gedaagde is geheel gehonoreerd. Het nadere besluit van 8 juli 2002 geeft volledige tegemoetkoming. Er is geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten voor gedaagde.
Uitkomst: De afwijzing van vergoeding van resterende chiropractie-kosten is onrechtmatig en het eerdere vonnis wordt bevestigd.