ECLI:NL:CRVB:2004:AR2306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAO- en Ziektewetuitkering bij medische beperkingen appellant
Appellant stelde hoger beroep in tegen uitspraken van de rechtbank Maastricht die besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) bevestigden. Het betrof een WAO-uitkering toegekend per 4 april 2001 met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%, en de weigering van een Ziektewetuitkering per 29 augustus 2001.
Appellant voerde aan dat zijn medische beperkingen, waaronder fibromyalgie, nekklachten en het outletsyndroom, onvoldoende waren meegewogen. De Raad overwoog dat de beschikbare medische gegevens, waaronder het FIS-formulier van 4 april 2000, geen aanwijzingen bevatten dat de beperkingen waren onderschat. De recente psychiatrische behandeling van appellant was niet relevant voor de beoordeling op de genoemde data.
De Raad vond geen noodzaak voor nader deskundigenonderzoek en zag geen aanleiding om af te wijken van de eerdere uitspraken. De aangevallen uitspraken werden bevestigd, en toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht werd niet passend geacht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraken en oordeelt dat de beperkingen van appellant niet zijn onderschat en de Ziektewetuitkering terecht is geweigerd.