ECLI:NL:CRVB:2004:AR2324
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs vervolging
Eiser verzocht om toekenning van een periodieke uitkering als weduwnaar van betrokkene, die tijdens de Japanse bezetting geïnterneerd zou zijn geweest. Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat betrokkene vervolging in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 had ondergaan.
Eiser stelde in beroep dat betrokkene geïnterneerd was in het kamp Idjen Boulevard te Malang, maar de Raad vond dat onvoldoende aannemelijk gemaakt. Een sociaal rapport, opgesteld voor een aanvraag van een broer van betrokkene, verklaarde dat betrokkene en diens moeder buiten het kamp waren gebleven.
De verklaring van pastoor Borgreve O’Carm, overgelegd door eiser, werd door de Raad niet doorslaggevend geacht. Er waren geen objectieve gegevens die tot een ander oordeel leidden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat niet is aangetoond dat betrokkene vervolging in de zin van de Wet heeft ondergaan.