ECLI:NL:CRVB:2004:AR2330
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding chelatietherapie en vervoerskosten voor erkend burger-oorlogsslachtoffer
Eiser, erkend als burger-oorlogsslachtoffer op grond van psychische invaliditeit, verzocht om vergoeding van kosten voor chelatietherapie en de daarmee samenhangende vervoerskosten. Deze aanvraag werd door verweerster afgewezen omdat de hartklachten van eiser niet in verband kunnen worden gebracht met zijn oorlogservaringen.
De Raad overwoog dat chelatietherapie, met name bij hart- en vaatklachten, niet als erkende therapie geldt en daarom niet voor vergoeding in aanmerking komt. Medische adviezen stelden dat de klachten van eiser pas op latere leeftijd ontstonden en geen hypertensie was vastgesteld, waardoor een causaal verband met oorlogservaringen niet aannemelijk is.
Eiser voerde aan dat zijn hartklachten wel causaal verband houden met zijn oorlogservaringen en overwoog de omgekeerde bewijslast. Hij overhandigde een medisch artikel ter ondersteuning, maar de Raad achtte dit artikel verouderd en bevestigde de vaste jurisprudentie dat hart- en vaatziekten alleen onder strikte voorwaarden causaal kunnen worden toegerekend aan oorlogservaringen.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in stand kan blijven en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van vergoeding voor chelatietherapie en vervoerskosten blijft in stand.