ECLI:NL:CRVB:2004:AR2340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen transportbedrijf en chauffeur
Appellante, een transportbedrijf, voerde hoger beroep tegen een uitspraak waarin werd geoordeeld dat een chauffeur, handelend onder een eigen handelsnaam, in privaatrechtelijke dienstbetrekking stond tot haar bedrijf. De chauffeur beschikte over een eigen wagen maar niet over een eigen vervoersvergunning, waardoor hij afhankelijk was van de vergunning van appellante. De Raad concludeerde dat de chauffeur persoonlijk verplicht was de werkzaamheden te verrichten en dat er sprake was van een gezagsverhouding, mede doordat hij gehouden was aan de rittenplanning van appellante en vooraf afwezigheid moest melden.
Het standpunt van appellante dat de chauffeur zelfstandig ondernemer was en zich kon laten vervangen werd niet onderbouwd met stukken. De Raad vond voldoende bewijs dat de chauffeur zijn werkzaamheden zelf verrichtte en dat appellante een voorziening trof voor vervanging bij afwezigheid. De facturering en loonbetalingsverplichting bevestigden de dienstbetrekking.
De Raad oordeelde dat de voorwaarden voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking waren vervuld en dat de correctienota’s en boetenota’s terecht waren opgelegd. Er waren geen gronden om het besluit te vernietigen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de chauffeur in privaatrechtelijke dienstbetrekking stond tot appellante en handhaaft de opgelegde correctienota’s en boetenota’s.