ECLI:NL:CRVB:2004:AR2352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing deelname vrijwillige ANW-verzekering voor AOW-gerechtigde in buitenland
Appellant, geboren in 1933, woonachtig in Turkije, ontving na zijn AOW-leeftijd een Turks ouderdomspensioen en vroeg om deelname aan de vrijwillige verzekering voor de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank wees dit verzoek af omdat appellant in het jaar voorafgaand aan zijn aanvraag niet verplicht verzekerd was volgens de volksverzekeringen.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat appellant niet voldeed aan artikel 63b van de ANW en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken. In hoger beroep stelde appellant dat hij premies had betaald tijdens zijn WAO-uitkering en dat de verzekering na zijn 65e jaar voortgezet had moeten worden. De Raad stelde echter vast dat appellant na 1 oktober 1998 niet meer verplicht verzekerd was vanwege het ontvangen van een Turks pensioen.
De Raad overwoog dat appellant zich voor 1 januari 2001 schriftelijk had moeten aanmelden en dat hij niet voldeed aan de voorwaarden van de relevante koninklijke besluiten (KB 164 en KB 746). De klacht dat appellant niet was geïnformeerd over wetswijzigingen werd verworpen, omdat een eerdere aanvraag ook niet tot een positief resultaat had kunnen leiden. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering tot deelname aan de vrijwillige ANW-verzekering wordt bevestigd.