ECLI:NL:CRVB:2004:AR2577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een WAO-uitkering, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd geweigerd op grond dat zij na afloop van de wettelijke wachttijd van 52 weken minder dan 15% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij verdergaand beperkt was dan vastgesteld en dat haar belastbaarheid in bepaalde functies werd overschreden.
De Centrale Raad van Beroep heeft het oordeel van de rechtbank gevolgd. De verzekeringsartsen hadden de medische beperkingen van appellante, waaronder psychische klachten, hoofdpijn en hyperventilatie, voldoende in kaart gebracht. De Raad vond dat de functies uit de arbeidsmogelijkhedenlijst, zoals wikkelaar en printplatenmonteur, passend waren en dat er geen overschrijding van belastbaarheid was. De toelichting van de bezwaararbeidsdeskundige bevestigde dit.
De Raad vond geen aanleiding om het bestreden besluit op arbeidskundig of juridisch vlak onjuist te achten. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, waarmee de weigering van de WAO-uitkering stand houdt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.