ECLI:NL:CRVB:2004:AR2645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J.B.J.M. ten Berge
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering en terugvordering onverschuldigde betalingen
Appellant, voormalig directeur-grootaandeelhouder, vroeg een WAZ-uitkering aan na uitval door hartklachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) kende een voorschot toe, weigerde de uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%, en vorderde terugbetaling van onverschuldigde betalingen.
De rechtbank Breda verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat het voorschot geen definitieve toekenning was, de arbeidskundige beoordeling zorgvuldig was en terugvordering verplicht was. Appellant voerde in hoger beroep herhaalde grieven, waaronder het gelijkheidsbeginsel, onjuiste berekening van arbeidsongeschiktheid en onzorgvuldige terugvordering.
De Raad verwierp deze grieven, benadrukte dat het medische oordeel geen zelfstandig besluit vormt en dat het arbeidsongeschiktheidspercentage van 1,31% onder het wettelijke minimum van 25% blijft. Ook kon geen rekening worden gehouden met het staken van het bedrijf na de beslisdata. De terugvordering was terecht en appellant had onvoldoende financiële gegevens verstrekt om kwijtschelding te rechtvaardigen.
De Raad bevestigde het bestreden vonnis en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering en de terugvordering van onverschuldigde betalingen.