ECLI:NL:CRVB:2004:AR2651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J.B.J.M. ten Berge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van benutbare mogelijkheden in het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
In deze zaak, behandeld door de Centrale Raad van Beroep, gaat het om de beoordeling van de benutbare mogelijkheden van een werknemer in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). De werknemer, die als timmerman werkzaam was, had zich in 1998 ziek gemeld vanwege nekklachten, maagklachten en psychische klachten. In 2000 werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 80 tot 100%. Appellante, de werkgever, was het niet eens met de beslissing van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) en heeft bezwaar aangetekend tegen het besluit dat de arbeidsongeschiktheid van de werknemer onveranderd bleef. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld.
De Centrale Raad van Beroep heeft de zaak op 10 september 2004 behandeld. De Raad oordeelde dat de medische onderbouwing voor de conclusie dat de werknemer geen benutbare mogelijkheden had, onvoldoende was. De verzekeringsarts had geen adequate overwegingen gegeven over de gevolgen van de depressie van de werknemer voor zijn psychische zelfredzaamheid. De Raad concludeerde dat de rapportages van de verzekeringsarts niet de conclusie konden rechtvaardigen dat er geen benutbare mogelijkheden aanwezig waren. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het bestreden besluit, en oordeelde dat het Uwv een nieuw besluit op bezwaar moest nemen, rekening houdend met de uitspraak van de Raad.
Daarnaast werd het Uwv veroordeeld in de proceskosten van appellante, die in totaal € 644,- bedroegen, en moest het griffierecht van € 531,20 vergoeden. Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige medische beoordeling bij het vaststellen van arbeidsongeschiktheid en de benutbare mogelijkheden van werknemers.