ECLI:NL:CRVB:2004:AR2666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J.B.J.M. ten Berge
- Rechtspraak.nl
Schending zorgvuldigheidsbeginsel bij WAO-schattingsbesluit
De zaak betreft een geschil over een WAO-uitkeringsbesluit waarbij appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), een uitkering toekende aan een voormalig werkneemster van gedaagde met ingang van 6 september 2000, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Gedaagde maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door appellant ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende zorgvuldigheid in de voorbereiding, met name het ontbreken van nader medisch onderzoek na telefonische klachten van de werkneemster.
In hoger beroep bestreed appellant de vernietiging en stelde dat nader medisch onderzoek niet noodzakelijk was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de verzekeringsarts onvoldoende had onderbouwd dat de werkneemster op de betreffende datum volledig arbeidsongeschikt was. De Raad stelde dat de arts niet had mogen volstaan met alleen telefonische informatie, maar de werkneemster opnieuw had moeten oproepen of informatie bij de behandelend neuroloog had moeten inwinnen.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat het besluit in strijd was met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en vernietigde het bestreden besluit. Tevens veroordeelde de Raad appellant tot betaling van proceskosten en legde een recht van €409,- op aan het Uwv.
Uitkomst: Het bestreden WAO-besluit wordt vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en onvoldoende medisch onderzoek.