ECLI:NL:CRVB:2004:AR2667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit over mate van arbeidsongeschiktheid in WAO-zaak
Appellante stelde in hoger beroep dat het UWV niet had voldaan aan een eerdere uitspraak van de Raad en dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd. De zaak betreft de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid per 29 augustus 1997, waarbij eerdere functiebeschrijvingen onvoldoende actueel waren en onjuiste loonberekeningen werden toegepast.
De Raad oordeelde dat de bij het bestreden besluit gebruikte functies ten tijde van het besluit voldoende actueel waren en dat deze functies met MAVO-opleidingseisen overeenkwamen met de opleiding van appellante. Ook werd erkend dat het loon van een 23-jarige ten onrechte was gebruikt, maar correcties door de bezwaararbeidsdeskundige leidden tot een berekening van 20,42% verlies aan verdiencapaciteit.
De motivering van het bestreden besluit werd als zorgvuldig en uitgebreid beoordeeld. De Raad zag geen reden om het besluit te vernietigen en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 30 september 2002. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid blijft ongewijzigd.