ECLI:NL:CRVB:2004:AR2668
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- M.I. ‘t Hooft
- C.H.T.W. van Rooijen
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet tijdig betalen griffierecht ongegrond verklaard
Opposant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring stelde opposant verzet in.
De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat het risico van het niet tijdig betalen van het griffierecht volledig voor rekening komt van de partij die het hoger beroep instelt. Opposant had aangevoerd dat zijn zwager het griffierecht zou overmaken, maar dit is niet gebeurd. De Raad vond geen reden om het verzuim opposant niet toe te rekenen.
Daarom verklaarde de Raad het verzet ongegrond en zag geen aanleiding om toepassing te geven aan de uitzonderingsbepaling van artikel 8:75 van Pro de Awb. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 15 september 2004.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet tijdige betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.