ECLI:NL:CRVB:2004:AR2675
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- W.M. Levelt-Overmars
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid voor functies ophanger en medewerker pluimveeslachterij in kader ziekengeld
Appellant was werkzaam als machineoperator en meldde zich in oktober 1999 ziek wegens psychische klachten. Na een WAO-beoordeling in oktober 2000 werd hij geschikt geacht voor de functies van ophanger, samensteller en medewerker pluimveeslachterij, zonder verlies van verdiencapaciteit, waardoor hem geen WAO-uitkering werd toegekend maar een WW-uitkering.
Appellant meldde zich vervolgens ziek op 27 november 2000, waarna het recht op ziekengeld werd betwist. De rechtbank oordeelde dat appellant vanaf 17 oktober 2001 arbeidsgeschikt was voor genoemde functies, waarna het ziekengeld werd beëindigd. In hoger beroep voerde appellant medische klachten aan, waaronder psychische beperkingen, oogproblemen en darmoperaties, die zijn geschiktheid zouden beperken.
De Raad overwoog dat appellant op grond van de WAO-beoordeling geschikt is voor de functies van ophanger en medewerker pluimveeslachterij. De door gedaagde ingebrachte medische rapporten, waaronder van de bezwaarverzekeringsarts, ondersteunen dit standpunt. De Raad achtte de aangevoerde klachten en beperkingen onvoldoende om de arbeidsgeschiktheid per 17 oktober 2001 te betwisten en bevestigde de eerdere uitspraak dat het ziekengeld terecht is beëindigd.
De Raad verwierp de bezwaren over de geschiktheid voor de functie van samensteller vanwege oogklachten, en vond dat de wisselende diensten en hygiëne-eisen in de functie van inpakker pluimveevlees geen belemmering vormen. De Raad bevestigde daarmee het besluit van gedaagde en wees toepassing van artikel 8:75 Awb Pro af.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld is terecht beëindigd per 17 oktober 2001 omdat appellant geschikt is voor de functies van ophanger en medewerker pluimveeslachterij.