ECLI:NL:CRVB:2004:AR2736
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering weduwe vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken toerekenbaarheid overlijden
Eiseres heeft in februari 1999 een aanvraag ingediend voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 als weduwe van betrokkene, die in mei 1988 overleed. Betrokkene was tijdens de Japanse bezetting krijgsgevangene geweest en had psychische en longklachten, waarvan werd gesteld dat deze verband hielden met vervolgingsomstandigheden. Verweerster wees de aanvraag af op grond van artikel 7 van Pro de Wet, omdat het overlijden niet redelijkerwijs aan de vervolging kon worden toegeschreven.
De Raad baseerde zich op medische adviezen van geneeskundig adviseurs en concludeerde dat er geen eenduidige medische doodsoorzaak was vastgesteld die verband hield met de vervolging. De huisarts en psychiater gaven aan dat het overlijden mogelijk door leeftijd en een combinatie van klachten werd veroorzaakt, maar er waren geen objectieve gegevens die het overlijden aan vervolgingsomstandigheden toeschreven. De Raad oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd om het bestreden besluit te weerleggen.
Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 september 2004.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag uitkering is ongegrond verklaard omdat het overlijden van betrokkene niet redelijkerwijs aan vervolging kan worden toegeschreven.