ECLI:NL:CRVB:2004:AR2740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering Maror-gelden wegens niet voldoen woonplaatsvereiste
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de Rechtbank Maastricht die zijn beroep tegen het besluit van de Stichting Maror-gelden afwees. De aanvraag betrof een uitkering als plaatsvervanger van zijn vader, die tijdens de Tweede Wereldoorlog niet in Nederland woonde maar in Engeland diende bij de Koninklijke brigade “Prinses Irene”.
De Raad oordeelde dat het Reglement individuele uitkeringen alleen voorziet in uitkeringen aan personen die gedurende de oorlog enige tijd woonplaats in Nederland hadden. De vader van appellant voldeed hier niet aan. De Raad verwierp het beroep op de hardheidsclausule en het gelijkheidsbeginsel, omdat het onderscheid in het Reglement een politieke keuze betreft met een objectieve rechtvaardiging.
De Raad stelde vast dat de regeling bedoeld is voor degenen die in Nederland vervolgd of beroofd zijn en dat de inspanningen van de vader van appellant als lid van de brigade niet tot de doelgroep behoren. De afwijzing werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De aanvraag voor een uitkering uit de Maror-gelden wordt afgewezen omdat de vader van appellant niet gedurende de Tweede Wereldoorlog enige tijd woonplaats in Nederland had.