ECLI:NL:CRVB:2004:AR2745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid onder 15%
Appellante ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling in 1999 werd vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot 13,8%, waarop de uitkering per 19 maart 2000 werd ingetrokken. Appellante maakte bezwaar en stelde dat de medische beoordelingen inconsistent waren en haar klachten juist waren toegenomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch oordeel van de verzekeringsartsen Voogd en Slebus zorgvuldig was en dat het verschil tussen de beoordelingen in 1998 en 1999 niet wijst op inconsistentie maar op afzonderlijke momenten van beoordeling. Er werden geen objectieve medische gegevens overgelegd die de stelling van appellante ondersteunden.
De Raad zag dan ook geen reden om de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen onjuist te achten of om nader medisch onderzoek te gelasten. De intrekking van de WAO-uitkering werd daarmee bevestigd en het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 19 maart 2000 wordt bevestigd wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid onder 15%.