ECLI:NL:CRVB:2004:AR2786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toelating tot vrijwillige AOW- en Anw-verzekering
Appellant, wonende in Turkije, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin zijn verzoek tot toelating tot de vrijwillige verzekering ingevolge de AOW en de Anw werd afgewezen. Hij was werkzaam geweest in Nederland en had in 1988 een uitkering ontvangen op grond van de Remigratieregeling. Vanaf 1 mei 2001 ontving hij een ouderdomspensioen en toeslag volgens de AOW.
Appellant had in november 2000 verzocht om verzekerd te worden, maar de Sociale verzekeringsbank weigerde dit op grond van het feit dat aanmelding voor de vrijwillige verzekering binnen één jaar na het einde van de verplichte verzekering moet plaatsvinden en appellant in het voorafgaande jaar niet verplicht verzekerd was geweest. Het bezwaar van appellant werd deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond.
De Raad oordeelt dat het bezwaar over ziektekostenverzekering terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat de Sociale verzekeringsbank niet bevoegd is voor de Ziekenfondswet. Tevens bevestigt de Raad dat appellant niet in aanmerking komt voor de vrijwillige verzekering AOW en Anw omdat hij niet voorafgaand aan de aanvraag verplicht verzekerd was geweest. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering appellant toe te laten tot de vrijwillige verzekering ingevolge de AOW en de Anw.