ECLI:NL:CRVB:2004:AR2851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- B.M. Biever-van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsverlening voorafgaand aan aanvraagdatum wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante heeft bijstand aangevraagd over de periode van 1 maart 1994 tot en met 8 juli 1996, maar deze aanvraag is door het College van burgemeester en wethouders van Ridderkerk afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij gedurende de gehele periode na beëindiging van haar eerdere bijstandsuitkering in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde, onder verwijzing naar een eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam.
De Centrale Raad van Beroep heeft het standpunt van het College onderschreven dat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat bijstand wordt verleend over de periode voorafgaand aan de datum van de aanvraag. De Raad achtte het aannemelijk dat appellante eerder dan 8 juli 1996 een aanvraag had kunnen indienen, maar dit niet heeft gedaan en dat er geen beletsel was om dit te doen.
De Raad sloot zich aan bij de uitvoerige motivering van de rechtbank en oordeelde dat de aangevallen uitspraak terecht is. De Raad benadrukte dat uit de eerdere uitspraak van de president van de rechtbank Rotterdam niet volgt dat appellante gedurende de gehele periode in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt dat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken die rechtvaardigen dat bijstand wordt verleend over de periode voorafgaand aan de datum van de aanvraag.